PEDAGOGISCH PROJECT STAD BRUSSEL

De Stad Brussel is een autonome inrichtende macht die kleuter-, lager en secundair onderwijs organiseert.

Het hoofdstedelijk Nederlandstalig onderwijs behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs en staat open voor alle leden van de samenleving zonder onderscheid van afkomst, huidskleur, geslacht, politieke, filosofische of religieuze overtuiging. Het is gefundeerd op een neutrale, pluralistische en democratische grondslag.

Het onderwijs wordt verstrekt in een geest van volkomen verdraagzaamheid, wars van elk fanatisme dat afbreuk doet aan de menselijke waardigheid en met eerbied voor de persoonlijkheid van elke leerling.

De verwerving van kennis gebeurt zonder vooroordelen. Belangrijk is de ontwikkeling van het wetenschappelijk denken, om de leerlingen de vrijheid te laten zich een eigen opinie te vormen. Het karakter van de scholen is niet-confessioneel.

Elke selectie van kinderen op sociale en economische basis wordt geweigerd. Alle kinderen worden met dezelfde toewijding behandeld, welke ook hun sociale en culturele oorsprong weze.

Het onderwijs biedt maximale kansen voor iedereen, d.w.z. gelijke ontwikkelingskansen voor gelijkbegaafden; achterstanden of handicaps worden in de mate van het mogelijke weggewerkt door aangepaste hulpverlening; ook op de behoefte(n) van meerbegaafde jongeren wordt ingespeeld.

Samen met andere instanties vervult de school een maatschappelijke rol.

De jongere leert belang stellen in de maatschappij, bewust van zijn rechten en verantwoordelijkheid. Hij zal een kritische doch positieve houding aannemen, zodat hij geleidelijk ingeschakeld wordt in de maatschappij en zich conformeert aan bepaalde gangbare waarden, normen en idealen. Daarnaast zal de jongere een eigen, persoonlijke en coherente levens- en maatschappijvisie opbouwen.

De integratie van alle geledingen van de maatschappij die bij het hoofdstedelijk Nederlandstalig onderwijs betrokken zijn, wordt nagestreefd: inspectieleden, directies, onderwijzend en administratief personeel, ouders en leerlingen, de lokale gemeenschap. Allen zijn actieve en onontbeerlijke schakels, dynamische krachten in het onderwijsgebeuren. Een vlotte samenwerking en samenspraak onder al deze betrokkenen komt de harmonische ontwikkeling en de slaagkansen van de leerlingen ten goede.

Schoolmanagement is geen zaak van de schoolleiding alleen, maar van de hele schoolgemeenschap, waarbij alle participanten hun aandeel moeten leveren bij de verschillende aspecten die een toekomstgerichte school bepalen en haar kwaliteit en aantrekkingskracht kenmerken.

Pedagogische principes, waarop het hoofdstedelijk Nederlandstalig onderwijs is gebaseerd.

1. Opvoeding en onderwijs zijn eigentijds en worden regelmatig aangepast, bijgestuurd en vernieuwd.
Informatie- en communicatiemiddelen en andere hedendaagse technologieën worden aangewend ten dienste van het onderwijs.•Het onderwijzend personeel wordt permanent bijgeschoold en nagevormd.

2. De leerlingen worden opgevoed tot wereldburgerschap.

De leerlingen leren inzicht verwerven in de hen omringende wereld door het objectief en kritisch belichten van historische, culturele, sociale, economische en technische achtergronden. Een vlotte integratie van de leerling in de samenleving wordt beoogd. Vreemde talen leren lezen, begrijpen, spreken en schrijven zijn daartoe de aangepaste hulpmiddelen. De toekomstige wereldburger zal samenwerken met anderen, dienstvaardigheid en verantwoordelijkheidszin leren opbrengen, leren objectief en breeddenkend zijn, eerbied leren opbrengen voor het werk en de ideeën van anderen en de eigen mening leren herzien.

3. Bij elk kind is een uitgebreide waaier van talenten aanwezig.

Reeds vanaf het kleuteronderwijs moet het de kans krijgen deze te ontdekken. Het onderwijs stimuleert continu de totale ontwikkeling van elk kind. Vanzelfsprekend moet het lager onderwijs de voortzetting van deze opdracht waarborgen. De optimale ontplooiing van het kind is mogelijk als : -uitgegaan wordt van de aangeboren leer- en nieuwsgierigheid van het kind, van zijn ervaring, zijn belangstelling; -rekening gehouden wordt met de leefwereld van het kind, zijn mogelijkheden en beperkingen; -het ondersteund wordt door een krachtige onderwijsomgeving; -het onderwijs vertrekt vanuit een sterke zorgvisie gebaseerd op het zorgcontinuüm; -zijn sociaal bewustzijn gestimuleerd wordt; -het kind leert zijn plaats innemen in de maatschappij nadat het de nodige kennis en vaardigheden heeft verworven. Daarom moet onderwijs flexibel zijn.

4. Functionele kennis, vaardigheden en het beheersen van onderzoeksmethoden en technieken om de verworven kennis adequaat aan te wenden, staan voorop in het algemeen secundair onderwijs.

Hier is het hoofddoel de leerlingen voor te bereiden op voortgezet onderwijs.

5. Het technisch en beroepsonderwijs zijn in de eerste plaats kwalificatiegericht.

- Door een aangehouden kwaliteitsverbetering van de techniciteit van de opleidingen wordt een efficiënte en snelle integratie van de afgestudeerden in het bedrijfsleven betracht. - De voornaamste vaardigheden die deze leerlingen moeten verwerven, zijn probleemoplossend denken, bekwaamheid, efficiëntie. Hun creativiteit moet gestimuleerd worden om hen in staat te stellen nieuwe oplossingen te bedenken. Bereidheid tot permanente bijscholing is onontbeerlijk.

6. In elke onderwijsvorm is het essentieel de leerlingen attitudes bij te brengen die hen moeten toelaten deel te nemen aan de ontwikkelingen in de maatschappij.

Dit willen we bereiken door : -de leerlingen te stimuleren een eigen visie te ontwikkelen en een persoonlijk standpunt te durven innemen en verdedigen; -De leerlingen te leren openstaan voor informatie, deze te interpreteren en kritisch te benaderen; -Bij de leerlingen vaardigheden te stimuleren zoals mobiliteit, flexibiliteit, aanpassingsvermogen, ondernemingszin, verantwoordelijkheidsgevoel, communicatievermogen en het kritisch kunnen omgaan met nieuwe technologieën.

7. Leerlingen worden gestimuleerd tot sociaal engagement en culturele belangstelling.

Het hoofdstedelijk Nederlandstalig onderwijs is een geëngageerd onderwijs. Het wil bijdragen tot de vorming van zelfstandige individuen met een positieve inbreng in de steeds evoluerende maatschappij.